
Naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit zet het Belgian Mobility Dashboard (BMD) twee complementaire vaststellingen in de kijker. Enerzijds blijft de congestie zwaar wegen op de Belgische economie. Sinds januari 2026 liep de kost van de files op tot 3,799 miljard euro, een stijging met 8% tegenover een jaar eerder. Anderzijds tonen de gegevens van de Brusselse fietsmeetpunten aan dat, ondanks de gestage groei van het fietsgebruik in de voorbije jaren, de fiets nog sterk afhankelijk blijft van de weersomstandigheden en het seizoen.
De congestiekosten lagen in de eerste acht maanden van 2026 8% hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Inmiddels bedragen ze 3,799 miljard euro, ofwel 0,71% van het Belgische bbp.
Die stijging is onder meer toe te schrijven aan de inflatie, die rond 2,5% ligt, maar ook aan de aanzienlijke stijging van de brandstofprijzen. Los van die economische factoren blijven de files een bron van tijdverlies en een rem op de productiviteit en het concurrentievermogen van zowel bedrijven als burgers.
De lengte van de files verschilt ook sterk van gewest tot gewest. Vlaanderen spant de kroon met een totale filelengte van 4.319 kilometer, een stijging met 61% ten opzichte van 2025. Die cijfers onderstrepen hoe dringend verdere investeringen in doeltreffende en complementaire mobiliteitsoplossingen nodig zijn. Die moeten de afhankelijkheid van de individuele wagen verminderen waar alternatieven beschikbaar zijn, en tegelijk zorgen voor een vlottere doorstroming van het wegverkeer.
De fiets is een futureproof oplossing…
De fiets geldt al jaren als een van de symbolen van duurzame mobiliteit. Dankzij zijn toegankelijkheid, gezondheidsvoordelen en lage kostprijs wordt hij sterk aangemoedigd door de overheid. Toch tonen de gegevens van de Brusselse fietsmeetpunten een daling van het fietsverkeer met 4% sinds het begin van het jaar.
… maar blijft afhankelijk van het weer
Zo lag het aantal geregistreerde fietspassages in augustus 2026 8% lager dan in augustus 2025. De gegevens tonen ook aan dat het fietsverkeer vanaf half oktober geleidelijk afneemt, naarmate de temperaturen dalen en de dagen korter worden. Dat roept een cruciale vraag op: hoe kunnen we burgers stimuleren om het hele jaar door de fiets te nemen? De gegevens van de fietsmeetpunten vormen een waardevol instrument om het mobiliteitsgedrag beter te begrijpen en de infrastructuur daarop af te stemmen.
Kwaliteitsvolle verlichting, comfortabelere fietsroutes tijdens hittegolven en infrastructuur die is aangepast aan winterse omstandigheden kunnen ertoe bijdragen dat fietsen het hele jaar door aantrekkelijk blijft.
De mobiliteit van morgen draait niet om het bevoordelen van het ene vervoersmiddel boven het andere. Wel moeten we de juiste voorwaarden creëren zodat iedereen het vervoersmiddel kan kiezen dat het best aansluit bij zijn of haar behoeften, het hele jaar door.
